Artikel

 

Gemengd naar school - uitgebreide versie

‘Niemand wil het, maar toch gebeurt het’. Zo valt de toenemende onderwijssegregatie in de stad te typeren. Alle politieke partijen zijn voor gemengde scholen. De meeste ouders willen hun kind sturen naar een gemengde school en toch neemt de segregatie toe. Het is een klassiek voorbeeld waar de opeenstapeling van individuele keuzes leidt tot een uitkomst die niemand wil. De noodzaak voor de overheid om in te grijpen lijkt daarom steeds groter te worden, terwijl de mogelijkheden om in te grijpen, zeker na het advies van de onderwijsraad, eerder lijken af- dan toegenomen. Veel maatregelen die gepaard gaan met dwang zijn juridisch dubieus. Het komt er toch op neer dat iemand de toegang tot de school wordt verboden op basis van zijn afkomst. Wij zien een uitweg uit deze schijnbare impasse door af te zien van iedere vorm van dwang en segregatie van onderop te bestrijden.


Wij willen uitgaan van de eigen initiatieven van mensen en vooral de actiebereidheid van ouders waar het de belangen van hun kind aangaat. Voorwaarde is dan wel dat er iets te kiezen moet zijn. Probleem van de groeiende segregatie in het Amsterdamse onderwijs is dat in een aantal buurten ouders nauwelijks nog hun voorkeur volgen. Dat kan anders door ouders een reële kans te bieden op goede en aantrekkelijke gemengde scholen in de buurt. De zgn. concentratiescholen willen we gemengder maken door in plaats van gedwongen spreiding te kiezen voor stadsbrede afspraken over voorkeursregels en inschrijvingsprocedure. Daarvoor is nodig dat alle partijen in de stad, schoolbesturen, stadsdelen en centrale stad, gezamenlijk afspraken maken over:
1. inschrijvings- en aanmeldingsprocedure
2. voorkeursbeleid uitgaande van directe woonomgeving
3. voorkeursbeleid voor ‘gemengde duo-aanmelding’
4. ondersteuning van scholen en ouders in een aantal aan stimuleringsgebieden van gemengde wijken waar een te witte en een te zwarte (in verhouding tot de buurt) staan en waar extra inspanning wordt geleverd om de scholen een afspiegeling te laten zijn van de buurt.
5. de grootte en groei van scholen

1. Uitgangspunten:

We weten al veel over het hoe en waarom van segregatie in het onderwijs en we weten zo mogelijk nog meer over wat wel en niet werkt. Het wiel hoeft dus niet opnieuw te worden uitgevonden. We weten dat gemengde scholen in kwalitatief opzicht niet per definitie beter zijn dan zwarte of witte scholen. We weten dat toelating op basis van etniciteit juridisch onhoudbaar is gezien de grondwettelijke vrijheid van schoolkeuze. We weten dat gedwongen spreiding op basis van achterstandskenmerken (die met de wijzing van de gewichtenregeling alleen nog het opleidingsniveau van ouders als criterium hanteert) juridisch misschien wel toelaatbaar is het risico loopt dat ouders met de voeten gaan stemmen. We weten dus eigenlijk ook wel dat iedere centrale, van bovenaf opgelegde spreidingsmaatregel verzet zal oproepen. En last but not least weten we dat segregatie in het onderwijs in de eerste plaats het gevolg is van de bestaande woonsegregatie, wat zich niet eenvoudig en zeker niet op de korte termijn laat veranderen. Dit laatste punt betekent echter niet dat alle segregatie in het onderwijs direct herleidbaar is tot woonsegregatie: de ‘te witte’ en ‘te zwarte’ scholen zijn immers het bewijs dat ook in gemengde wijken het onderwijs gesegregeerd kan zijn.

Met dit voorstel voor anti-segregatieafspraken voor het Amsterdamse basisonderwijs willen we al deze valkuilen en problemen vermijden door de doelen specifiek en dus beperkt te houden. Uitgangspunten daarbij zijn:
1. Het tegengaan van segregatie hoeft niet tegelijkertijd een bijdrage te leveren aan het tegengaan van onderwijs achterstanden maar heeft in de eerste plaats als doel het bevorderen van integratie en sociale cohesie en richt zich op de in de wet op het onderwijs vastgelegde doelstelling dat het onderwijs kinderen leert om te leven in de multiculturele samenleving.
2. Gedachtig het motto van de taalgeleerde Bernstein ‘education cannot compensate for society’ is het doel van antisegregatie afspraken in het onderwijs niet om gesegregeerde wijken gemengde scholen op te leggen, maar om scholen een afspiegeling van de buurt te laten zijn (met uitzondering van die denominaties, die strikte eisen stellen aan de geloofsovertuiging van de leerlingen en hun ouders)
3. De voorgestelde antisegregatie-afspraken gaan uit van de keuzevrijheid van ouders en zijn gericht op het steunen van ouders in hun schoolkeuze niet op het opwerpen van beperkingen van schoolkeuze (in welke vorm dan ook)
4. Voorwaarde voor de voorgestelde anti-segregatieafspraken is een heldere en korte toelatingsprocedure waaraan alle schoolbesturen van het openbaar en bijzonder onderwijs zich houden, waardoor zowel de jarenlange onzekerheid van de huidige praktijk van wachtlijsten verdwijnt als de verschillen tussen stadsdelen en scholen in het toelatingsbeleid.
5. Voorwaarde is ook dat schoolbesturen met stadsdelen afspraken maken over schoolgrootte en uitbreiding, met behoud van de noodzakelijk verschillen en concurrentiemogelijkheden op basis van denominatie en pedagogisch, didactische visie en aanpak
6. Het ondersteunen van scholen op het moment dat ze gemengder worden, de veranderingen zullen zowel pedagogisch en didactisch als ook financieel gevolgen hebben en vragen dus om gerichte ondersteuning van scholen en ouders die in een dergelijk overgangspoces terecht komen.


2. De huidige praktijk in Amsterdam.

In 2003 verscheen een uitgebreide studie naar de onderwijssegregatie in Amsterdam (door het SCO-Kohnstamm instituut) en de motieven voor schoolkeuze van ouders en leerlingen (door O+S en Mare) laten doen. Dat leverde een helder overzicht op van de feitelijke segregatie in Amsterdam: een kwart van de Amsterdamse basisscholen (dit zijn + 50 basisscholen in Amsterdam) behoort tot de zgn. concentratiescholen, dat wil zeggen de scholen zijn ‘te’ wit of ‘te’ zwart in verhouding tot de buurt waarin ze staan. Daarnaast werd inzicht gegeven in de wensen en voorkeuren van directeuren en schoolbestuurders, de reden van ouders (en leerlingen in geval van het Voortgezet Onderwijs) om een school te kiezen, en de verschillende stedelijke en landelijke initiatieven om segregatie in het onderwijs tegen te gaan. Wat dat laatste betreft werd duidelijk dat hoewel de voorkeur voor een gemengde school door alle betrokken werd ondersteund dwang werd afgewezen. Tevens bleek dat er weinig effectieve instrumenten waren en dat alleen daar waar ouders zelf samen actie ondernamen het segregatiepatroon doorbroken werd.

Het onderzoek tot nu toe laat ook zien dat er grote verschillen zijn in het moment waarop ouders gaan nadenken over de schoolkeuze voor hun kind. Vooral de hoogopgeleide ouders zorgen dat hun kinderen zo vroeg mogelijk zijn aangemeld op de school van hun keuze. Ouders die pas later gaan nadenken zijn vaak lager opgeleid en slechter geïnformeerd over het onderwijs en de keuzemogelijkheden. Dit maakt dat sommige scholen grote wachtlijsten hebben, wat gepaard gaat met de nodige stress en onzekerheden van ouders waar hun kind terecht kan. Er is geen afspraak over de leeftijd waarop kinderen kunnen worden ingeschreven. De praktijk in populaire Amsterdamse scholen laat zien dat ouders hun pasgeboren kinderen al aanmelden, wat weer bijdraagt aan lange wachtlijsten.

Opvallend in het onderzoek naar het antisegregatiebeleid is het gebrek aan aandacht voor het postcodebeleid. Deze omstreden maatregel in Amsterdam is lang niet altijd bedoeld om segregatie tegen te gaan, maar speelt wel grote rol in de discussies over vrije schoolkeuze en anti-segregatiebeleid. Toch is er weinig bekend over de voor- en nadelen en de effecten van het postcodebeleid vooral op de grensovergangen tussen stadsdelen. Vooral de verschillen tussen stadsdelen in het wel en niet hanteren van deze maatregel en het feit dat het soms alle en soms alleen de openbare schoolbesturen betreft, zorgt voor commotie en weerstand.

3. Wat werkt: initiatieven van onderop, van ouders zelf

Het beeld dat segregatie alleen van onderop, dus samen met en via de ouders en scholen, kan worden tegen gegaan, wordt ook door het rapport van de onderwijsraad bevestigd. Hoewel het rapport in de eerste plaats een aantal specifieke vragen van onderwijsminister Maria van der Hoeven beantwoordt over de juridische houdbaarheid van gescheiden wachtlijsten en de 80 – 20 verdeling van achterstandskinderen bij nieuw te stichten scholen, is het advies vooral ‘kleine stapjes’, maatwerk en ‘praten, praten, praten’ en zouden wij zeggen: ‘binden, binden, binden’ en belonen van eigen initiatief

De afgelopen jaren hebben we een aantal initiatieven van ouders in gemende wijken gezien waardoor scholen gemengder zijn geworden. Het zijn zowel acties van autochtone ouders, gezamenlijke inschrijving op zwarte scholen, als van allochtone ouders die hun kinderen niet langer zonder Nederlandse kinderen op school willen zien. Het zijn de succesverhalen van het mengen van scholen waar ouders zich inspannen en samen iets ondernemen. Het is duidelijk dat deze acties vooral werken in gemengde wijken, waar ouders hun kinderen samen naar school willen laten gaan zonder dat een etniciteit de kleur van het schoolplein bepaalt.

Ondanks deze initiatieven zien we dat de segregatie in het onderwijs nog steeds toeneemt en er steeds meer ‘te witte’ en ‘te zwarte’ scholen bijkomen. Soms werken bovengenoemde acties voor het ‘verwitten’ van ‘zwarte’ scholen, zelfs als een boemerang terug op andere zwarte scholen in de buurt. We zijn met de onderwijsraad voor maatwerk en ‘veel praten’, maar denken dat er meer gedaan kan en moet worden wil de segregatie af- in plaats van toenemen. We denken ook dat Amsterdam het zich niet langer kan permitteren een afwachtende houding aan te nemen. Onze kinderen en kleinkinderen zullen samen iets moois van deze stad moeten maken en wij moeten er voor zorgen dat ze dat kunnen en leren hoe ze dat samen kunnen doen. Daarom willen we de kleine stapjes, het maatwerk en het praten, waar de Onderwijsraad voor pleit, combineren en concretiseren in een voorstel, waarin:
- de school meer buurtschool kan zijn
- het initiatief bij de ouders ligt om scholen gemengder te maken en
- de gemeentelijke overheid (centrale stad en stadsdelen) samen met de schoolbesturen de afspraken maakt over toelatingsprocedure, schoolgrootte en groei
- ouders daadwerkelijk worden ondersteund bij het maken van een schoolkeuze voor hun kinderen en in hun initiatieven om in hun buurt de schoolpopulatie te mengen.

4. De rol van de lokale overheid: de noodzaak van gemeentelijke regie

In het advies van de Onderwijsraad wordt gewezen op het belang van de rol van de gemeente als samenroepende en regisseerde kracht. Ze pleiten dan ook voor een gemeentelijke regie met daartoe ondersteunende instrumenten, omdat alleen dan afspraak tussen alle partijen, schoolbesturen en gemeente en stadsdelen, gemaakt kunnen worden. Dwingende afspraken over anti-segregatiebeleid, zoals Van der Hoeven voorstaat, kunnen niet gemaakt worden zonder de lokale overheid als regisseur van een onderwijsveld, waarin scholen niet alleen gemeenschappelijke maar ook verschillende belangen hebben, zeker nu steeds meer ouders van scholen vragen zich te onderscheiden en te profileren in aanpak, visie en overtuiging.
Wij vragen de gemeente Amsterdam, centrale stad en stadsdelen, het initiatief te nemen om samen met de scholen de segregatie terug te dringen. We vragen de minister de gemeente te steunen om dit mogelijk te maken en de gemeente daartoe de noodzakelijke instrumenten te geven. In dit kader zal ook nader onderzocht moeten worden welke oplossingen mogelijk zijn om de segregerende werking van het huidige voorschoolbeleid op te heffen.

VOORSTEL
Het voorstel gaat uit van twee voorkeursregelingen, de ‘echte’ (dat wil zeggen directe) buurt bewoner heeft voorrang op mensen van buiten de buurt, vervolgens heeft ‘gemengde’ inschrijving (zie 2.) voorrang op de individuele inschrijving, en als laatste maken alle scholen (schoolbesturen) de afspraak dat ze kinderen niet voor een bepaalde leeftijd inschrijven.
We beginnen met het laatste.

1. Afspraken over tijdstip van inschrijving: b.v niet eerder van op 2 of 2.5 jaar en uitsluiting over plaatsing voor 2.5 of 3 jaar.

Alle scholen en dus alle schoolbesturen hanteren dezelfde leeftijd van de kinderen, als ondergrens voor inschrijving, dit kan 2.5 of 3 jaar zijn (eventueel 2 jaar zie onder). Scholen die een wachtlijst hebben, besluiten voor het kind 3 of 3.5 jaar wordt of het kind geplaatst kan worden. (eventueel met een marge van 1 of 2 kinderen ingeval door bijzondere omstandigheden geen gebruik van een plaats gemaakt wordt). Dit sluit aan op de veel gehoorde wens om de informatie aan ouders eenduidiger te maken en te vervroegen. Deze inschrijvingsprocedure (vergelijkbaar met de zgn. kernprocedure-1 voor de overgang van PO naar VO zou dit de kernprocedure-0 kunnen worden) impliceert dat wachtlijsten verdwijnen en plaatsmaken voor een zorgvuldig uitgewerkte plaatsingsprocedure waarin ouders op een aantal vaste momenten per jaar hun kind van 2 of 2.5 jaar kunnen inschrijven en binnen een centraal vestgestelde periode verzekerd zijn van een plaats. Net als bij de overgang van het PO naar het VO kan dit betekenen dat je kind niet op de school van je eerste keuze terecht kan. Dat is nu ook het geval. Welke afspraken je ook maakt er zullen altijd meer en minder populaire scholen blijven. Voordeel van een stedelijke toelatingsprocedure (een zgn. KP-0) is dat de afspraken duidelijk en transparant zijn. Iedereen heeft zelfde kansen op toelating en is niet afhankelijk van informele circuits waarin ouders elkaar informatie doorgeven over populaire scholen en ouders kunnen zelf actie ondernemen om hun kind op de school van hun eerste keuze te krijgen als ze niet in de directe buurt wonen (zie onder 3). Belangrijk bijeffect kan zijn dat ouders meer betrokken raken bij de scholen in de buurt en veranderingen op pedagogisch en didactisch gebied zullen afdwingen wanneer de scholen in hun buurt niet overeenkomen met hun wensen in deze.

In de uitwerking van deze procedure en verdere afspraken zal nog uitgebreid aandacht besteed moeten worden aan het probleem van de voorschool. Zolang de voorschool min of meer gedwongen is vooral kinderen met taalachterstanden op te nemen, kan het bestaan van een voorschool een segregerende werking hebben voor de school waaraan die verbonden is. Ook moet nader worden onderzocht hoe de toelatingsprocedure van de voorschool afgestemd kan worden met een de voorgestelde afspraken over een centrale inschrijving. Het tijdstip van inschrijving van 2 of 2.5 jaar heeft hier direct mee te maken omdat voorscholen al op 2-jarige leeftijd beginnen. Echter omdat de meeste kinderen van hoogopgeleide allochtone ouders niet naar een voorschool gaan, is het de vraag of het wel zo slim is om het tijdstip van aanmelding meer naar voren te plaatsen. Het maakt de wachttijden langer en de inschrijving minder flexibel omdat ouders keuzes moeten maken terwijl het nog enige tijd duurt voor hun kinderen daadwerkelijk naar school gaan. Welke leeftijd ook gekozen zal worden, een stedelijke afspraak over de inschrijvings- en toelatingsprocedure vereenvoudigt de voorlichting van de lokale overheid en schoolbesturen omdat iedereen zich op de afgesproken leeftijd van kinderen kan concentreren.

2. De basisschool als buurtschool: voorrang voor de ‘echte’ buurtbewoners

Uit al het onderzoek naar de motieven voor de keuze voor een basisschool blijkt dat de meeste ouders een school om de hoek wensen, tenzij die school niet voldoet aan hun geloofsovertuiging, aanpak of samenstelling van de leerlingen. Het toelatingsbeleid voor basisscholen moet dus in de eerste plaats aansluiten bij die wens en basisscholen zoveel mogelijk een buurtkarakter te geven of laten houden (met als uitzondering die scholen, die een strikt toelatingsbeleid op basis van denominatie hebben, zoals de joodse, gereformeerde en islamitische scholen).

> Ouders en kinderen die op loopafstand van een school wonen krijgen bij inschrijving voorrang op ouders en kinderen die op de fiets of per auto moeten komen. (hoeveel meters want dat is de rekeneenheid en niet kilometers dat moeten zijn, vraagt nadere uitwerking, evenals de omvang van het voedingsgebied wanneer meerdere scholen naast elkaar in een buurt of wijk staan) Grondgedachte is echter dat het bizar is dat ouders op de fiets zouden moeten stappen naar een school in een andere buurt omdat ze zijn uitgeloot op de school om de hoek, terwijl als je toch al op de fiets of in de auto moet stappen om je kind naar school te brengen een blok verder rijden minder uitmaakt dat .

Dit impliceert dat een postcodebeleid overbodig is en dat ouders niet meer bang hoeven te zijn dat ze worden uitgeloot op de school om de hoek omdat ze op de grens van een stadsdeel worden of omdat de school eigen toelatingseisen hanteert. Van belang is wel deze voorkeursbehandeling te beperken tot de ‘directe’ buurtbewoners en dus de cirkel om de school niet te groot te maken. Ook hier is nadere uitwerking geboden en zal goed bekeken moeten worden of de afspraken stedelijke, per stadsdeel of per buurt gemaakt moeten worden.


3. ‘Gemengde inschrijvingen van minimaal 2 kinderen tegelijk gaan voor individuele inschrijvingen’: ouders die hun kinderen inschrijven met 1 of meer kinderen van een andere etniciteit/afkomst, dus autochtoon met allochtoon of allochtoon met autochtoon gaan voor.

Deze gemengde inschrijvingen gaan voor de inschrijving van individuele kinderen maar komen na de ‘echte’ buurtbewoner en na de voorrangsregeling voor broertjes en zusjes, die nu door de meeste scholen al gehanteerd wordt. Dit betekent dat ouders die ‘zeker’ willen zijn van een plaats op de school van hun eerste voorkeur zelf op zoek gaan naar ouders van een andere etnische groep. Het slaat twee vliegen in een klap: scholen worden gemengder en ‘buurtbewoners’ ofwel ouders uit verschillende culturen zoeken elkaar op. Het samen zoeken naar een school maakt dat hun kinderen makkelijker contact maken en dat er makkelijker afspraken ontstaan over het halen en brengen van kinderen naar school. Scholen moeten hierin ondersteund worden. Het lijkt wenselijk om een aantal buurten met veel zgn. ‘concentratiescholen’ uit te kiezen waar samen ouders, scholen en stadsdelen samen aan de slag gaan om de voorgestelde procedure extra te ondersteunen met voorlichting ed.

Deze voorkeursregel vereist nadere toelichting op het punt of ‘etniciteit’ wel gehanteerd kan worden als criterium in het toelatingsbeleid van scholen. We hebben niet gekozen voor de misschien makkelijker optie van ‘achterstandsgroep', de zgn. gewichtenleerlingen, waarbij het opleidingsniveau van ouders bepalend is en waarover de Onderwijsraad zegt dat dit criterium juridisch niet stuit op bezwaren van discriminatie en ongelijke behandeling .
Het zou niet overeenstemmen met het eerste uitgangspunt waarin we zeggen dat we anti-segregatieafspraken niet willen vermengen met het onderwijsachterstandenbeleid. Maar we zien het simpelweg ook niet zitten om je ‘inschrijvingsdate’ (wat is een betere minder beladen term) te vragen of zijn of haar opleidingsniveau wel laag genoeg is.

De bezwaren van de Onderwijsraad gelden volgens ons niet voor de voorgestelde voorkeursbehandeling omdat:
- het gaat niet om een spreidingsbeleid maar om een voorkeursbeleid: niemand kan op redenen van etnische afkomst geweigerd worden
- in ons voorstel geldt de voorkeursbehandeling voor ouders die initiatief nemen (door zich gezamenlijk in te schrijven)
- de Onderwijsraad is bang dat maatregelen (zoals gescheiden inschrijving) die worden ingesteld ten behoeve van een zwakke groep in bijzondere gevallen nadelig uitpakken voor leden van die zwakke groep (doordat de wachtlijst voor allochtone kinderen vol zit). Dit bezwaar geldt niet voor ons voorstel. Iedere kind van elke etnische afkomst kan gebruik maken van de voorkeursbehandeling en (zoals hierboven al genoemd) afwijzingen van individuele kinderen op basis van etniciteit zijn niet mogelijk. Het gaat ook niet om het voorkomen van achterstanden maar het gaat om zoals het advies zegt ‘het corrigeren van een bestaande situatie’. (pag. 26).
- de voorkeursbehandeling doet niets af aan het recht van iedere individuele ouder zich in te schrijven. Scholen zullen ingeval van overinschrijvingen steeds opnieuw moeten besluiten wel of niet uit te breiden. Op dat moment kunnen lokale overheid en schoolbesturen via het huisvestingsbeleid afspraken maken over de gewenste uitbreiding van bepaalde typen onderwijs per buurt of wijk en naar denominatie en pedagogische aanpak

4. Afspraken over schoolgrootte en uitbreiding

Het is duidelijk dat de voorgestelde afspraken over de inschrijvings- en toelatingsprocedure er niet toe mogen leiden dat ouders massaal op de fiets springen en in de auto stappen om hun kind in een zgn. ´witte´ buurt op een ‘witte’ school te doen. Tegelijkertijd moet ook voorkomen worden dat ouders gedwongen worden hun kind naar een school te sturen waarvan ze de denominatie of pedagogisch didactische aanpak niet onderschrijven. Het gaat om het tegengaan van de zgn. witte vlucht door een rem te zetten op een ongelimiteerde uitbreiding van scholen zonder het aanbanden leggen de nuttige en onvermijdelijke concurrentie en vernieuwing van scholen. Te denken valt aan het toestaan van uitbreiding van scholen alleen daar waar het gaat om een toename van kinderen uit de buurt (b.v. een percentage van 70 of 75% van de groei moet bestaan uit kinderen uit de buurt’). Ook zullen uitzonderingen mogelijk moeten zijn voor scholen met strikte denominatie en een overduidelijk stedelijke functie, zoals joodse, gereformeerde en islamitische scholen)


5. Aanwijzing van een aantal buurten om bovenstaande maatregelen actief te ondersteunen en begeleiden.

We stellen voor deze afspraken stadsbreed te maken, dus niet alleen met en voor scholen (en hun besturen) in de gemengde wijken of met en voor de zgn. concentratie scholen (de ‘te witte en te zwarte scholen). In de eerste plaats omdat anti-segregatiebeleid alleen kan werken als iedere school en dus ieder schoolbestuur mee doet, dat wil zeggen in principe de afspraken onderschrijft ook al zijn ze niet op hun school van toepassing zoals bij de joodse, gereformeerde en islamitische scholen. Dit is vooral van belang om de overinschrijvingen op de ene school te kunnen opvangen op de andere school zonder daar een nieuw segregatieprobleem te creëren. De aanwijzing van een aantal stimuleringsgebieden van gemengde wijken waar een te witte en een te zwarte (in verhouding tot de buurt) staan om daar in overleg met ouders, school en buurt/stadsdeel extra inspanningen te leveren om de scholen een afspiegeling van de buurt te laten zijn, is bedoeld als pilot. Het is niet te verwachten en ook niet wenselijk dat iedere school zijn toelatingsbeleid actief gaat veranderen zonder reden. Daarom lijkt het ons zinnig eerst ervaring op te doen in een aantal buurten waar het probleem acuut is, waar scholen geen afspiegeling van de buurt zijn en de een te maken heeft met over-inschrijving en andere met terugloop van leerlingen.

Dit betekent echter niet dat we moeten gaan wachten op de resultaten van deze zgn. pilots alvorens afspraken over de inschrijvings- en toelatingsprocedure gemaakt kunnen worden. Integendeel, het succes van de pilots in de zgn. gemengde wijken met concentratiescholen zal voor een groot deel afhangen van de stedelijke afspraken over inschrijving en toelating.


6. Mogelijke effecten, problemen en scenario’s

Het is duidelijk dat dit beleid weinig zal veranderen aan gesegregeerde wijken, maar het meeste effect zal hebben op die wijken en scholen waar scholen geen afspiegeling van de buurt zijn. De voorgestelde afspraken zeggen ook niets over acties zoals in de Baarsjes en Westerpark door groepjes ouders zijn ondernomen. Immers gezamenlijke inschrijving van autochtone kinderen op scholen met overwegend allochtone kinderen is altijd mogelijk.

Wanneer scholen te maken hebben met overinschrijvingen moeten ze kiezen tussen loten (en dus ouders wegsturen) of uitbreiden. Wat de beste optie is, is niet op voorhand te zeggen. Ons lijkt dat in dergelijke gevallen schoolbesturen in overleg met het stadsdeel zullen moeten overleggen wat de meest wenselijke optie is. In principe zal iedereen (te) grote basisscholen afwijzen. Welke mogelijkheden er echter zijn voor samenwerking, fusie en splitsing zal echter moeten worden onderzocht gekoppeld aan de voorkeur van ouders of verwachtingen in deze.

Een heel ander probleem zijn de scholen waarvan het aantal leerling terugloopt. Hierbij zal de vraag gesteld moeten worden of de afnemende belangstelling van ouders veroorzaakt wordt door de pedagogische en didactische aanpak en/of schoolprofiel die onwenselijk wordt gevonden of de eenzijdige samenstelling van de leerling populatie. Het gaat er immers niet om de keuzevrijheid van ouders te beperken door hen te dwingen naar een school te gaan waarvan ze aanpak en profiel afwijzen. Dit kan in de pilots worden onderzocht en begeleid. We verwachten echter dat snel genoeg duidelijk zal zijn wanneer dit aan de orde is. Op dat moment kan b.v. uitbreiding van een school een reëlere optie worden dan het opkrikken van een ongewenste school.

Hoewel op het eerste gezicht lijkt dat de voorgestelde afspraken op sommige scholen de wachtlijsten zullen vergroten, verwachten we dat hierdoor de zgn. concentratie scholen nog sneller gemengder zullen worden. Immers de niet geplaatste leerlingen moeten naar een andere school. Zeker waar dit meerdere ‘witte’ kinderen zal betreffen, zal het voor ouders makkelijker en acceptabeler zijn als zich gezamenlijk kunnen inschrijven op b.v. een ‘te zwarte’ school. Hierbij geldt echter dat veel zal afhangen van de ondersteuning en begeleiding. Op het moment dat ouders kunnen rekenen op ondersteuning, tijdig geïnformeerd zijn over de mogelijkheden en niet in hun eentje op pad gestuurd worden, is veel mogelijk. En uiteindelijk geldt dat niemand bij voorbaat wordt uitgesloten, want wil je naar een school die niet in je directe omgeving staat dan kan iedere ondernemende ouder gebruik maken van de voorkeursregeling.

De uitwerking van deze voorstellen is niet in alle opzichten voorspelbaar. Maar het resultaat van niets doen weten we wel: voortgaande segregatie.

7. Tot slot

We vragen alle schoolbesturen, stadsdeelbesturen en centrale stad om dit voorstel te bespreken. Wij willen niet meer en niet minder dat in Amsterdam serieus werk gemaakt gaat worden van anti-segregatiebeleid, waarin ouders en scholen, gesteund door de lokale overheden aan zet zijn. We vragen dan ook aan stadsdelen en centrale stad dit beleid te ondersteunen met gericht voorlichtingbeleid en extra financiële middelen, daar waar wijken, scholen en/of ouders steun zoeken om de gemaakte afspraken uit te werken voor hun wijk, school en/of kinderen.

Amsterdam 1 augustus 2005
Namens de Baliegroep,

Sunny Bergman, documentairemaakster
Kees Diepeveen, wethouder Amsterdam Noord
Pieter Hilhorst, journalist
Auke Klapwijk, directeur Amstelmeerschool
Kai Pattipilohy, Diversion





Gerelateerd

 
Meer |


Zoekfilter

Uitgelicht

Olivier Onderstreept: Scepter

 
Olivier onderstreept CCC
do 09 sep

Crash Course Congo: Wit-wit-wit klopt mijn hart (ihkv Allez Congo!)

 
Wit-wit-wit
di 14 sep

And Justice for ALL: Waarheid of verzoening

 
Waarheid of verzoening?
do 16 sep

Cineville Talkshow: Exit through the Giftshop

 
Exit through the giftshop
vr 17 sep

My Kid Could Paint That

 
My Kid Could Paint That
ma 20 sep

KennisCafé #26: Kolder of kennis

 
Kolder of kennis