|
Bij wilsonbekwame mensen die ondraaglijk lijden wordt in Nederland soms overgegaan tot ongevraagde levensbeëindiging; soms ook wordt bij deze patiënten afgezien van een levensreddende behandeling. Over de vraag of dit aanvaardbaar is debatteren artsen, ethici en juristen, maar het brede publiek houdt zich met dit onderwerp nauwelijks bezig. Gerbert van Loenen geeft een vlijmscherpe analyse van hoe er geoordeeld wordt over het leven van zieken en gehandicapten. De rechtspraak laat de uiteindelijke beslissing hieromtrent over aan artsen; deze blijken het begrip ‘uitzichtloos en ondraaglijk lijden’ verschillend op te vatten, met verstrekkende gevolgen. Van Loenen zet met Hij had beter dood kunnen zijn een belangrijke nieuwe stap in het debat over de waarde van leven en de vraag wie daarover mag beslissen. Naar aanleiding van het verschijnen van Hij had beter dood kunnen zijn zal er op 12 december in de Balie een debat worden gehouden over het oordelen over andermans leven. Naast Gerbert van Loenen zullen Eduard Verhagen, Erwin Kompanje en Martin Buijsen aan het debat deelnemen dat wordt voorgezeten door Cisca Dresselhuys. Eduard Verhagen Stelde in 2004 het Groningen-protocol op. In deze tekst omschrijft hij criteria waaraan artsen volgens hem moeten voldoen om ‘levensbeëindiging bij pasgeborenen’ uit te kunnen voeren volgens de Nederlandse euthanasiewetgeving zonder vervolgd te worden. Erwin Kompanje Senior onderzoeker ethische en maatschappelijke gevolgen van intensive care-geneeskunde, met name met betrekking tot postmortale orgaandonatie en medische experimenten in spoedeisende situaties. Martin Buijsen Allround gezondheidsjurist. Daarnaast is hij filosoof. Martin Buijsen geldt als expert op het terrein van het mededingings- en aanbestedingsrecht. Zijn interesse gaat daarnaast uit naar vraagstukken over medische aansprakelijkheid en tuchtrecht. Hij is als universitair hoofddocent verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Kaartjes zijn vanaf vrijdag 20 november te bestellen.
|